De kaartavond in Altena is er nog, maar de aanwas hapert
In vrijwel elk dorpshuis tussen Werkendam en Wijk en Aalburg zit op een vaste avond in de week een groepje aan de kaarttafel. Vaak al jaren, vaak dezelfde mensen, vaak zonder dat er ooit een aankondiging voor is uitgegaan.
Het is een van die verenigingsvormen die volledig buiten de aandacht opereert. Geen subsidieaanvraag, geen persbericht, geen website. En precies daardoor merkt niemand het als zo’n groep langzaam kleiner wordt.
Wat er eigenlijk gespeeld wordt
Klaverjassen is in deze streek nog altijd de basis, met jokeren als goede tweede en rikken en toepen daarnaast. Het zijn spellen met een lage drempel en een hoog plafond: binnen een half uur uit te leggen, maar je bent er nooit op uitgekeken.
Wat opvalt is hoe lokaal de precieze afspraken zijn. Amsterdams of Rotterdams klaverjassen, wel of geen verplicht onderroepen, hoe je met de laatste slag omgaat: het antwoord verschilt per dorp en soms per tafel binnen hetzelfde dorpshuis.
Hoe zo’n groep is ontstaan
Vraag naar de geschiedenis van een kaartclub en het antwoord is zelden een oprichtingsdatum. Meestal begon het als een groepje uit dezelfde straat, dezelfde ploeg of dezelfde kerk, dat op een gegeven moment vaker ging kaarten dan toevallig.
Dat verklaart waarom deze clubs zo weinig zichtbaar zijn. Ze zijn nooit opgericht, dus ze staan nergens ingeschreven, en ze werven niet omdat ze nooit hebben hoeven werven. De aanwas kwam altijd vanzelf uit dezelfde straat, dezelfde ploeg of dezelfde kerk.
Precies die aanvoerroutes zijn de afgelopen decennia dunner geworden. Niet dramatisch en niet in één keer, maar genoeg om te merken dat er al een paar jaar niemand nieuw is aangeschoven.
Waarom die verschillen bestaan
Dat is geen slordigheid maar de normale gang van zaken bij spellen die mondeling zijn overgeleverd. Er is geen uitgever, geen officiële regelbundel en geen instantie die bepaalt hoe het hoort.
Het Meertens Instituut, onderdeel van de KNAW, doet precies hiernaar onderzoek: taal en cultuur in Nederland, met de nadruk op de verschijnselen die het alledaagse leven vormgeven. Feestcultuur, gebruiken, dialect, en de manier waarop dat soort dingen regionaal uiteenloopt zonder dat iemand het aanstuurt. Kaartgewoonten vallen in exact dezelfde categorie: overgeleverd, ongedocumenteerd en per streek net anders.
Het instituut bestaat sinds 1930 en documenteert dit soort alledaagse cultuur systematisch, wat de reden is dat er überhaupt iets bewaard blijft van gebruiken die verder nergens worden opgeschreven.
Het probleem is niet de belangstelling
Als je vraagt waarom de kaartclub krimpt, is het antwoord zelden dat mensen het niet leuk vinden. Het antwoord is bijna altijd hetzelfde: er komt niemand bij.
En dat komt door een drempel die van binnenuit onzichtbaar is. Iemand van vijfendertig die nooit heeft leren klaverjassen, gaat niet op dinsdagavond aanschuiven bij een groep die het al veertig jaar speelt. Niet omdat hij niet welkom is, maar omdat hij als enige aan tafel niet weet wat hij doet.
Wat daar wél tegen helpt
De clubs die wel aanwas hebben, doen meestal twee dingen anders.
Ze houden een paar keer per jaar een avond die expliciet voor beginners is, apart van de gewone speelavond. Dat klinkt als een detail en is het niet: iemand durft naar een beginnersavond te komen en niet naar de gewone avond.
En ze zorgen dat de regels ergens staan, zodat een nieuwkomer niet afhankelijk is van vragen. Voor de gangbare spellen doet een Playiro gids voor kaartspellen dat werk prima: stap voor stap uitgelegd, met de standaardtwijfelgevallen apart behandeld en een PDF die je kunt printen en op tafel leggen. Wie thuis een keer heeft doorgelezen hoe het spel loopt, komt met een heel ander gevoel binnen dan wie helemaal blanco is.
En de huisregels dan
Die blijven gewoon bestaan, en dat hoort ook zo. De volgorde is alleen andersom dan meestal gebeurt.
Begin bij de standaardregels, zodat iedereen dezelfde basis heeft, en leg daarna uit wat er in deze club anders gaat. Dat duurt twee minuten en voorkomt de situatie waarin een nieuweling halverwege de avond te horen krijgt dat het hier anders werkt, precies op het moment dat het hem een slag kost.
Wat het dorpshuis eraan heeft
Voor beheerders van een dorpshuis of buurthuis is er nog een argument dat zelden wordt genoemd. Een kaartavond vult een zaal op een doordeweekse avond, en dat is precies het moment waarop die zalen leegstaan.
Sportclubs zitten in hun eigen accommodatie, verenigingen vergaderen een keer per maand, en de grote activiteiten zitten in het weekend. De dinsdag- en woensdagavond zijn in de meeste kernen de moeilijkste uren om gevuld te krijgen.
Daar komt bij dat een kaartgroep weinig vraagt. Geen podium, geen geluidsinstallatie, geen opbouw. Tafels, stoelen, licht en koffie, en een sleutel. Voor een beheerder die de exploitatie rond moet krijgen is dat een aantrekkelijker huurder dan het op het eerste gezicht lijkt.
De praktische kant van een avond organiseren
Voor wie het in een dorpshuis of buurthuis wil opzetten: vierkante tafels werken beter dan lange, omdat vier mensen elkaar dan aankijken. Licht is in de meeste zalen het eerste wat tekortschiet. En grote kaarten zijn geen luxe, want wie ze niet goed kan lezen zegt dat niet uit zichzelf.
Verder is het spul goedkoop. Een stel pakken kaarten, een paar scoreblokken en koffie, en je zit ver onder wat vrijwel elke andere activiteit kost. Dat maakt het een van de weinige dingen die een kleine vereniging zonder subsidie kan volhouden.
Waarom dit meer is dan tijdverdrijf
In een gemeente die uit een reeks kernen bestaat, met veel mensen die er hun hele leven wonen en een groeiende groep die er nieuw komt, is een terugkerende avond waarop je dezelfde mensen spreekt niet niks.
Het is bovendien een van de weinige activiteiten waar leeftijden vanzelf door elkaar lopen. Bij de sportvereniging speelt iedereen met zijn eigen leeftijdsgroep. Aan de kaarttafel zit een man van tachtig tegenover iemand van dertig, en dat is precies het soort contact dat verder steeds zeldzamer wordt.
Eén ding dat het opschrijven waard is
Als uw club een eigen variant speelt, zet die dan een keer op papier en bewaar hem bij de kaarten.
Dat gebeurt vrijwel nooit, en het is het enige wat echt verloren gaat. Een spel verdwijnt niet doordat mensen ermee stoppen, maar doordat de laatste persoon die de plaatselijke versie kende hem nooit heeft gedicteerd. Een half A4’tje in de kaartendoos lost dat op.
Verder lezen